16 maart 2023

Waar gaat de raad nu over?

De gemeenteraad was op 9 maart in verwarring. “Wij gaan als gemeenteraad toch over een bestemmingsplan?”. “Wij bepalen toch wat er in de stad mag komen?” Het waren wat hartenkreten naar aanleiding van het debat over het bestemmingsplan dat het bouwen van 120 appartementen op de hoek van Zuideinde en de Abtswoudseweg mogelijk moet maken. Een plan waarover de emoties af en toe al flink opgelopen waren.

Zeker al 10 jaar lang probeert vastgoedontwikkelaar Lekkerkerk Beheer samen met aannemer Van Mierlo een bouwplan langs de Schie van de grond te tillen. Het bouwen van woningen op is op deze plek een logische afsluiting van de wijk Delftzicht. Zeker nu op de voormalige plek van metaal- en buizenhandel Haring aan de andere kant van de Abtswoudseweg ook gebouwd wordt.

Bewoners aan weerszijden van de Schie verzetten zich al jaren tegen het plan. Met name het idee om op de hoek een flatgebouw van 10 verdiepingen neer te zetten valt niet in goede aarde. Maar ook de ontsluiting van de parkeergarage onder de nieuwe appartementen is al lang een twistpunt.

De omwonenden hebben over de plannen kunnen meepraten. Op één punt ging de ontwikkelaar overstag: er kwam ook een uitrit op het Zuideinde, zodat niet al het verkeer over de Laan van Braat, een gewone woonstraat, hoeft. Op andere punten bleven de plannen zoals de initiatiefnemers Van Mierlo en Lekkerkerk het hadden bedacht.

Daarop stelden de meest initiatiefrijke omwonenden een alternatief plan op. Tot hun grote teleurstelling, misschien wel woede, bekeek de gemeente dit alternatief niet. Ook fracties in de gemeenteraad snapten hier niet veel van. Maar was het nu onterecht dat de gemeente dit plan links liet liggen? Een deel van de raad dacht van wel. Na de uitgebreide behandeling van het bestemmingsplan in de commissie kwamen er zes moties op tafel om de zaak te repareren.

Waar het debat scheef op liep was dat er eigenlijk sprake was van een bouwvergunningsaanvraag. De gemeente had al heel lang geleden bepaald dat de wijk Delftzicht met huizen afgerond moest worden. Dus toen Lekkerkerk Beheer met een voorstel kwam moest de gemeente dat idee toetsen. Toetsen aan bestaand beleid, aan de wet- en regelgeving en aan eisen van welstand. Het enige waar de gemeente een punt van kon maken was dat er een wijziging van het bestemmingsplan nodig was. Nu staan er immers bedrijven op die toekomstige bouwplek. Was dit het beste plan voor Delft? Misschien niet, maar wel het enige plan dat de ontwikkelaar aan de gemeente wilde voorleggen.

Het is vergelijkbaar met de situatie dat iemand een vergunning aanvraagt voor een dakkapel. Als de buren dan in hun bezwaar aangeven dat de vorm van de dakkapel anders moet zodat de aanvrager ook nog zonnepanelen op het dak kan plaatsen, is dat voor de gemeente geen reden om dat alternatief te beoordelen. Tenminste als de aanvrager-zelf niets ziet in dat alternatief. Op groter schaal is bij dit bestemmingsplan precies hetzelfde aan de hand.

De bewegingsruimte van de gemeente – en dus ook de gemeenteraad – is in deze gevallen uiterst beperkt. Als de gemeente geen eigendom heeft in het terrein van het bouwplan, zijn de handen gebonden aan staand beleid en de wet- en regelgeving. Dit is een situatie die bij invoering van de Omgevingswet nog veel vaker zal ontstaan. In die wet staat het primaat van de initiatiefnemer zo mogelijk nog meer centraal. De raad moet dus heel goed nadenken bij het vaststellen van de kaders en het beleid voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de stad. Want dat bepaalt voor een flink deel de kwaliteit van de voorstellen van ontwikkelaars.

JanGeert